De stenen kip

Er was eens een oud vrouwtje dat in haar eentje midden op de hei woonde. Elke dag ging ze op pad om heidetakken te snijden. Van die takken bond ze bezems. Iedereen noemde haar dan ook Vrouwtje Bezem. Elke avond, als Vrouwtje Bezem thuiskwam, werd ze verwelkomt door haar vrolijk kakelende kip Eitjetok.
De kip scharrelde al jaren rond op het erf en legde elke dag een ei voor Vrouwtje Bezem. In ruil daarvoor verwende het vrouwtje haar met wat graan. Vrouwtje Bezem was arm, maar gelukkig.

 

Even verderop, in het bos, woonde een vriendelijke kabouter. Op een dag was hij een dode boom aan het omhakken, omdat hij hout wilde verzamelen voor de naderende winter. De boom viel helaas de verkeerde kant op en kwam boven op zijn hoofd terecht. Urenlang lag hij daar, maar gelukkig vond Vrouwtje Bezem hem toen ze net een herfstwandeling maakte. Ze droeg hem meteen naar haar huisje. Ze legde hem in bed en verzorgde de kabouter tot hij weer beter was. De kabouter knapte snel op en bedankte de oude vrouw voor de goede verzorging. ‘Ik kom gauw weer langs’,  zei hij.

 

Enkele weken later keek Vrouwtje Bezem uit het raam en zag dat het gesneeuwd had. De heidevelden schitterden wit in de zon, zo ver ze kon kijken. De dagen daarna was het zó koud, dat Vrouwtje Bezem bijna niet buiten kwam. De heidetakken waren bedolven onder een dikke laag bevroren sneeuw. Ze waren met geen mogelijkheid af te snijden. Zo kon Vrouwtje Bezem geen bezems meer maken en omdat ze geen geld verdiende, kon ze ook geen brood en graan kopen. Gelukkig was Eitjetok er nog. Haar dagelijkse eitje hield Vrouwtje Bezem op de been. Toch werd de vrouw steeds magerder en zwakker. Ze hoopte dat de lente niet te lang op zich zou laten wachten.

 

Eitjetok kon nog wel wat eten vinden rondom het huis. Toch miste ze haar handje graan zo, dat ze op een dag haar eigen ei op at. Vrouwtje Bezem vond de lege schaal en een laatste restje eigeel in het kippenhok. ‘Maar Eitjetok, m’n kippetje toch… Wat moet ík nou eten?’ ‘Tok tok tóóók!’ kakelde Eitjetok alsof ze wilde zeggen: ik weet het ook niet. Vanaf die dag ging het steeds slechter met Vrouwtje Bezem. Eitjetok at elke dag haar eigen ei op en Vrouwtje Bezem had niks meer te eten.

De stene kip

Op een dag ging de kabouter weer eens kijken hoe het met Vrouwtje Bezem ging. Hij zag hoeveel sneeuw er bij de deur lag en pakte meteen de bezem om het stoepje schoon te vegen. De kabouter schrok toen hij naar binnen keek. Vrouwtje Bezem zag er ziek en mager uit! ‘Wat ben ik blij dat je er bent’, fluisterde Vrouwtje Bezem. Ze vertelde de kabouter dat Eitjetok alle eitjes voor zichzelf hield en dat ze al een week bijna niets gegeten had. De kabouter maakte snel een vuurtje en rende weg. Even later was hij alweer op weg met een pannetje groentesoep toen hij de bosfee tegen kwam. ‘Waar ga jij zo haastig naartoe met je pannetje?’ De kabouter vertelde voor wie de soep was en hoe lelijk Eitjetok zich gedroeg. ‘Vrouwtje Bezem boft maar met zo’n goede vriend als jij’, zei de bosfee. Kan ik ook helpen? Samen gingen ze naar het huisje en toverde een heleboel lekkere dingen op tafel en ook het keukenkastje was opeens gevuld met aardappels en groenten, brood en meel. Voor ze wegging zei ze tegen Eitjetok: ‘Dat was niet zo lief van je.’ Maar Eitjetok stak weer eens verwaand haar snavel in de lucht en draaide haar staart naar de bosfee. Ze moet iets lelijks gekakeld hebben, want de fee werd opeens heel boos. Ze zwaaide wild met haar toverstaf en riep:

 

Eitjetok, zoals jij kakelt
Kakelt er maar één
Gaat het je niet aan het hart
Of is je hart van steen?

 

Eitjetok was op slag veranderd in een stenen kip. Ze kon zich helemaal niet meer bewegen. ‘Zo blijf je maar eens een weekje staan’, zei de fee. Een week later ging de bosfee terug. Het was inmiddels ook weer lente geworden. De kabouter had de hele week goed voor Vrouwtje Bezem gezorgd en ze was weer helemaal opgeknapt. ‘We zullen Eitjetok maar snel weer normaal toveren’, zei de bosfee.‘Graag,’ lachte de kabouter, ‘want Vrouwtje Bezem heeft het al veel te lang zonder een lekker eitje moeten stellen.’De fee zwaaide met haar staf, en ja hoor: Eitjetok kon zich weer bewegen. Sindsdien scharrelt Eitjetok vrolijker dan ooit rond het huisje en ze kakelt dat het een lieve lust is. Zonder te mopperen legt ze het ene na het andere ei. En Vrouwtje Bezem… die eet er soms wel drie per dag!

Efteling De stenen kip