Holle Bolle Gijs

Er was eens een koning die eens per week met zijn twee ministers vergaderde. De koning vroeg dan : ‘Beste ministers, wat zijn de problemen deze week?’ Nu waren er best problemen. De timmerlieden waren erg aan het mopperen. Er viel nog maar weinig te timmeren. De mensen hadden genoeg kasten en stoelen en tafels. Ook waren de vissers boos. Hun boten waren oud en lek. En overal in de straten van het koninkrijk lag veel te veel troep. De mensen struikelden over het oud papier. ‘Laten we er voor zorgen dat de timmerlieden geen meubels meer maken, maar boten’, sprak een minister. ‘Wat een goed idee,’ zei de koning, ‘dan hoeven we alleen het probleem van rondslingerend papier nog maar op te lossen.’

 

De week daarna stelde de koning dezelfde vraag. ‘Beste ministers, wat zijn de problemen deze week?’ Net op dat moment kwam de kok binnen. ‘Majesteit, het gaat nu echt fout in de keuken! Mijn keukenhulp Holle Bolle Gijs is de afgelopen week steeds meer gaan eten! Hij schrokt en schranst en kan er niet meer mee ophouden. Hij eet gewoon álles op. Het spijt me, maar uw lunch is weg.’ De koning richtte zich tot zijn ministers: ‘Jullie horen het. Dat met die Holle Bolle Gijs is echt een serieus probleem aan het worden.’ ‘Majesteit,’ sprak de tweede minister, ‘even buiten de stad woont een oude magiër. Hij brouwt allerlei vreemde drankjes tegen rare kwaaltjes. Misschien heeft hij wel een middeltje tegen de honger van Holle Bolle Gijs.’ ‘Vragen staat vrij,’ zei de koning, ‘want ik wil niet nog een keer dat mijn lunch in gevaar komt. En het probleem van al dat papier op straat, daar hebben we het volgende week wel even over.’

Holle Bolle Gijs

Diezelfde dag nog brachten de twee ministers een bezoek aan de oude magiër. Deze brouwde een drankje dat zo stonk dat alle eetlust je zou vergaan. ‘Dit moet gaan werken,’ zeiden de ministers, ‘dank u wel, magiër, we gaan het snel uitproberen.’ Snel gingen ze op weg naar die Holle Bolle Gijs. ‘Gijs, jongen,’ zei de ene minister, ‘ik weet dat je van je enorme eetlust af wilt komen. De magiër heeft een drankje gebrouwen dat er hopelijk voor zorgt dat je minder snel honger krijgt.’ ‘Dat zou fijn zijn,’ zei Holle Bolle Gijs, ‘want de kok heeft me net ontslagen en de keuken uitgejaagd.’ ‘Waarom?’ vroeg de andere minister. ‘Omdat ik per ongeluk nu ook het avondeten van de koning heb opgegeten. Ik kan gewoon niet stoppen. ’s Nachts kan ik zelfs niet slapen van de honger. Ik hoop maar dat dit drankje werkt. Want ik heb slaap en honger tegelijk.’ Snel nam Holle Bolle Gijs een slok van het drankje. Gespannen wachten ze af…zou het werken? ‘Ik heb nog steeds honger,’ zei Gijs, ‘ik heb zo’n trek in…. in…. in…papier!’

 

De volgende ochtend stonden de ministers samen met Holle Bolle Gijs voor de koning ‘We hebben goed nieuws majesteit. We slaan weer twee vliegen in één klap. Dankzij het drankje van de magiër is Holle Bolle Gijs nu dol op papier. Daarmee kan hij de straten keurig schoonhouden.’ ‘Geweldig’, zei de koning. ‘Ik benoem je tot Hof Papierverslinder, Gijs.’ ‘Dank u wel, majesteit’, zei Gijs. ‘En,’ zeiden de ministers, ‘je krijgt een eigen Holle Bolle Wagen, waarmee je langs de deuren kunt om oud papier op te halen. ‘Papier hier! Papier hier!’, riep Gijs. En weg was hij. Vanaf die dag reed Holle Bolle Gijs met zijn wagen door heel het land. Je kon precies zien waar hij was geweest, want daar was alles keurig schoon. Hij had nooit meer honger, en ’s nachts sliep hij als een roosje.

 

Heb je wel gehoord van die Holle Bolle Wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat
Die kon slokken, grote brokken
Een koe en een kalf
En een heel paard half
Een os en een stier
En zeven tonnen bier
Een schuit vol schapen
En nog kon Holle Bolle Gijs
Van de honger niet slapen

Efteling Holle Bolle Gijs